Merces

Blog

Vroeger was alles beter?

Léon
van der Linde

1985 was een belangrijk jaar in onderwijzend Nederland. Niet alleen werden de kleuterscholen en lagere scholen samengevoegd tot basisscholen, ook werd de bepaling van het bruto salaris voor meesters en juffen aangepast. We gingen ze in het vervolg leraren en docenten noemen en ze werden niet meer betaald naar hun opleiding maar naar die nieuwe functie.

Tot die tijd werd je salaris bepaald aan de hand van je leeftijd en het aantal diploma’s dat je had. Haalde je naast het akte voor ‘bevoegd onderwijzer’ ook je akte voor ‘volledig bevoegd onderwijzer’ dan ging je mooi een salarisschaal omhoog. Haalde je naast je tweedegraadsbevoegdheid ook je eerstegraadsbevoegdheid, dan was er ook voor jou een schaal extra.  Mocht je na een opleiding een extra vak geven, ook dan kon je in een aantal gevallen rekenen op meer salaris.

Op dit moment is de roep om bijscholing en een hoger salaris ook weer actueel. In het kader van een leven lang leren is er een lerarenregister opgezet. Voor meer salaris komen we in actie met nieuwe actiegroepen.

Ik weet, dat het verband wat ik suggereer tussen meer opleiding en meer salaris niet meer van deze tijd is en het onderwijzend personeel daarmee ongetwijfeld te kort doet. Maar toch schieten deze te gemakkelijke vergelijkingen soms even door je hoofd  en dan denk je: “Was het vroeger echt beter?”.

In de jaren na 1985 werd ook de financiering van het onderwijs omgevormd. Het begon in 1987 met Lumpsum voor het HBO en zou via het MBO (1991) het VO (1996) duren tot 2006 (PO) voordat de hele operatie was afgehandeld. Met slogans over meer beleidsvrijheid en doelmatiger besteding van onderwijsgelden werden risico’s bij schoolbesturen gelegd. Risico’s die voorheen bij het Ministerie lagen en de minister jaarlijks op kritiek kwam te staan van de rekenkamer. Er was bijna ieder jaar wel een overschrijding van de onderwijsbegroting als gevolg van een stijgend ziekteverzuimpercentage, hogere pensioen- of sociale lasten, etc. Die risico’s zijn inmiddels afgedicht. De begroting van het departement wordt netjes gevolgd. Maar bij wie ligt het risico nu? En wordt er door die risico’s te verleggen inderdaad doelmatiger met de middelen omgegaan. Of is het alleen maar matiger en zijn we het doel vergeten?

Er is natuurlijk wel meer beleidsvrijheid voor de werkgevers in het onderwijs gekomen. Dat betekent ook, dat er veel meer decentraal geregeld moet worden. Ik vraag me weleens af, of het aantal mensen die nu nodig zijn om het beleid te maken bij de scholen zelf even hoog is als het aantal mensen dat op het Ministerie gestopt is met beleid maken.

Moeten we dan maar terug naar de oude situatie? Nee, natuurlijk niet: de beleidsvrijheid biedt veel kansen voor onderwijsbesturen om kwaliteit dicht bij de leerling te organiseren. Maar af en toe even achterom kijken om te zien welke weg we gelopen hebben is niet zo verkeerd. Misschien zien we nog waar we de verkeerde afslagen genomen hebben en waar we misschien iets minder hard hadden moeten gaan. Dan begrijpen we misschien beter waar we nu zijn en snappen we mogelijk ook beter hoe we vooruit kunnen komen.

Ik wens u een beleidsrijk en doelmatig 2018!