Vanaf 1 augustus 2010 ontstaat er een cao-loos tijdperk voor het voortgezet onderwijs. Wat dit betekent voor de scholen in het bijzonder en het openbaar voortgezet onderwijs staat in
'Gevolgen cao-loos tijdperk per 1 augustus'. Door het cao-loze tijdperk gaat de Flexwet weer volledig gelden, wat gevolgen heeft voor het bijzonder onderwijs.
De cao voortgezet onderwijs wijkt af van de Flexwet. Dit staat in artikel 24.4 en in hoofdstuk 8a en 9a van CAO VO 2008-2010. Op 1 augustus loopt de cao af en geldt er in het bijzonder onderwijs op basis van de WCAO nawerking van de cao-bepalingen in het individuele arbeidscontract. De cao blijft dus als het ware van toepassing via de contracten van de individuele werknemers.
Dat roept de vraag op of onder de nawerking van de cao ook de bepalingen van driekwart recht (zoals art. 7:668a BW) vallen. De VO-raad gaat er vanuit dat deze bepalingen in de cao niet kunnen nawerken bij afloop van de cao en adviseert werkgevers hier veiligheidshalve dan ook vanuit te gaan. Dit betekent dus dat vanaf 1 augustus artikel 7:668a BW van toepassing is op alle arbeidsovereenkomsten.
Een veel voorkomende vraag is of de verplichting van de Flexwet ook volledig van toepassing is bij het voor bepaalde tijd benoemen van onbevoegde docenten. Hierover wordt verschillend gedacht omdat in artikel 33 WVO staat dat alleen docenten met een bevoegdheid voor onbepaalde tijd kunnen worden benoemd.
Vierde contract
Indien u (in afwachting van het behalen van zijn of haar bevoegdheid) met een onbevoegde docent een vierde contract aangaat of bent aangegaan, dan geldt dit contract volgens art. 7:668a BW als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In bijzondere gevallen leidt dit tot een situatie die niet gewenst is. In dat geval zou u mogelijk een beroep kunnen doen op eerder genoemd artikel 33 WVO.
Dit zou een argument kunnen zijn om het contract van de desbetreffende docent niet reeds per 1 augustus om te zetten in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Ook kan het zijn dat ten tijde van het aangaan van het vierde tijdelijke dienstverband niet bekend was dat de flexwet zou gaan gelden, hetgeen in specifieke gevallen een argument kan zijn niet een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand te laten komen.
Van belang is dat als voor de vierde keer een tijdelijk contract wordt afgesloten, dat dit goed wordt onderbouwd. Niet valt uit te sluiten dat indien in een rechterlijke procedure de tijdelijkheid van dit contract wordt aangevochten, dat op basis van art. 7:668a BW geoordeeld wordt dat dit vierde contract per 1 augustus geldt als een dienstverband voor onbepaalde tijd.
Bron: www.vo-raad.nl