Wij willen u attenderen op de mogelijkheid van een extra leerlingentelling per 1 maart 2010, teneinde verhoging van de materiële vergoeding 2010 te verkrijgen.
In het bekostigingsstelsel is bepaald dat de vergoeding materiële instandhouding in principe gebaseerd wordt op het aantal leerlingen op de reguliere teldatum 1 oktober, d.w.z. dat het aantal leerlingen van 1 oktober 2009, verhoogd met 3%, maatgevend is voor de vergoeding over het gehele kalenderjaar 2010. Echter, als het aantal leerlingen op 1 maart 2010 met tenminste 13 leerlingen is toegenomen ten opzichte van het aantal leerlingen op 1 oktober 2009 verhoogd met 3% (welk aantal naar beneden wordt afgerond op een geheel getal), heeft een school recht op toekenning van extra vergoeding voor de materiële instandhouding 2010.
Voorbeeld:
Een school had op 1 oktober 2009 een leerlingenaantal van 217. Verhoogd met 3% is dat 223,51 ofwel afgerond 223. Als deze school op 1 maart tenminste 236 (223+13) leerlingen telt, is er recht op de extra vergoeding.
Als een school bestaat uit een hoofdvestiging en een of meer nevenvestigingen, dan moet voor elke vestiging afzonderlijk een telformulier worden ingediend.
Dus ook voor vestigingen waar mogelijk geen groei heeft plaatsgevonden.
Voor de telling van 1 maart moet gebruik gemaakt worden van telformulier CFI 50215.Om voor een tijdige aanpassing van de vergoeding in aanmerking te komen, moet het telformulier vóór 16 maart a.s. (datum poststempel is doorslaggevend), volledig ingevuld en ondertekend naar CFI gestuurd zijn.Wij ontvangen van het ondertekende telformulier graag een kopie.
De volledige regeling is door CFI gepubliceerd op 11 februari 2010 en te vinden op www.cfi.nl. Het telformulier is daar ook te vinden.
Bovenstaande regeling dient niet te worden verward met de leerlingtelling voor groeiformatie. Indien u ook in aanmerking komt voor groeiformatie dan dient u hier een apart formulier voor in te zenden. Voor groeiformatie komt u in aanmerking als op de teldatum (de laatste teldatum voor reguliere groei is 1 april) het aantal leerlingen met meer dan 13 is gegroeid (ten opzichte van 1-10-2008 verhoogd met 3 procent) of een later ingediende groeitelling (werkelijk aantal op die teldag).
Voor alle duidelijkheid. Deze telling betreft de materiële instandhouding en valt buiten de door het ministerie voorgestelde bezuinigingen ingaande augustus 2010.